|
Twee weken voor de presentatie ontmoetten Miranda Whall (1970) en Sheila Nadimi (1965) elkaar weer voor het eerst sinds vijf jaar. Whall woonde bij Nadimi in huis toen ze op de kunstacademie in Vancouver studeerde. Nadimi woont nu in Utah en Whall is weer terug in Londen, waar ze op de Royal Academy zit. In de tussenliggende tijd hielden ze schriftelijk contact. Toen Nadimi dit jaar in Arnhem de gelegenheid kreeg om daar te werken en te studeren, kwam er de mogelijkheid voor een project samen in De Fabriek
Uitgangspunt voor dit eenmalige Event zijn hun gemeenschappelijke opvattingen: hun fascinatie voor binnen en buiten, de fysieke grenzen van het lichaam en de architectonische ruimte. Ze richten zich op de achterste muur van de hal van De Fabriek. Ze zien in de ramen van het gebouw een overeenkomst met de mond van de mens: daar komt het contact met de buitenwereld tot stand en beiden fungeren als in- en uitgang van lucht en taal.
Bovendien merkten ze op dat "Wat binnen blijft ongevaarlijk is, wat naar buiten komt is gevaarlijk." Aangezien ze hun kennismaking net hernieuwd hadden, waren hun uitgangspunten wel bekend, maar niet de exacte uitwerking. In de hal van De Fabriek, die ze als overweldigende ervaren, is het vooral zoeken naar een goede balans tussen dominant aanwezig zijn en niet aanwezig zijn. Aanvankelijk wilden ze monden gaan maken van ijs en beton, die ze aan de binnen- en buitenkant van de ramen zouden bevestigen.
| |